| |
'De cursisten uit de Oude Molstraat'
Wim Houtman
In de parochie van de H. Jacobus de Meerdere, in de Haagse binnenstad, draait de elfde Alphacursus in vier jaar. Vicaris (hulppastoor) Jeroen Smith en vrijwilligster Helen Opstal moesten wennen toen ze er vanuit Engeland kennis mee maakten, maar ze raakten enthousiast. ,,Vooral vanwege de laagdrempeligheid. Iedereen kan zich thuisvoelen, ook mensen voor wie de stap naar de kerk veel te groot is.''
We zijn in een voormalig klooster aan de Oude Molstraat, hetzelfde waarover Godfried Bomans ooit 'De zuster uit de Molstraat' schreef; zij kwam eenmaal per jaar 'uit een oneindig aantal gangen' te voorschijn voor familiebezoek. Ergens aan die gangen zit nog de oude kloosterkeuken - ideaal om te koken voor dertig Alphacursisten plus begeleiders. Aardappels, rode kool en draadjesvlees schaft het menu deze avond, en een cornetto toe.
Taco (26), een jonge ondernemer en Cambodja-veteraan, heeft op zakenreis zijn aanstaande vrouw ontmoet. Zij is Braziliaanse en rooms-katholiek. Vandaar dat hij nu de Alphacursus doet, want zelf is hij Duits-luthers opgevoed, al werd er thuis al niet veel meer aan gedaan, en nu moet hij toch iets weten van het geloof en de kerk van zijn vriendin.
Na het eten houdt vicaris Smith zelf de inleiding, over de hoofdstukken 'Wie is Jezus' en 'Waarom stierf Jezus aan het kruis'. Bij Jezus' kruisdood kan hij een rooms-katholiek voorbeeld gebruiken dat de protestant Gumbel zelf aanreikt: pater Maximiliaan Kolbe, die zich in het concentratiekamp opofferde om de vader van een groot gezin van executie te redden. Tegelijk wijst Smith op Gods liefde. Uit liefde heeft Christus alles voor ons overgehad. Het Alphacursusboek houdt wel een ,,zeer reformatorisch betoog'' over Jezus' plaatsvervangend lijden, prima, maar hij miste het woord liefde. Niet typisch protestants, nee, dat idee had hij ook al niet.
Vooraf komen de zeven begeleiders kort samen voor een kringgebed (staande), twee liederen uit een katholiek-charismatische bundel, een schriftlezing en wat praktische afspraken. Het gaat op een r.-k. Alphacursus, denkt Smith, gemiddeld wat rustiger toe dan in evangelische kring. Gumbel zegt trouwens ook dat iedereen de Alphacursus moet 'incultureren' in de eigen gemeente.
Hoe praten katholieken bijvoorbeeld over het werk van de Heilige Geest, dat op het vaste 'weekend' halverwege centraal staat? ,,We zullen vertellen dat de zogenaamde 'Geestesgaven' niet het enige zijn. De Geest helpt je vooral om te geloven. Hij kan je ook dingen laten ervaren, op duizend-en-een manieren: Hij kan je op een bijzondere manier direct raken, maar Hij kan je ook langzaam maar zeker iets duidelijk maken. En ook 'gewone' dingen als dienstbetoon en hulpvaardigheid zijn gaven van de Geest.'' Smith heeft wel gemerkt dat de gebedstijd in dat weekend veel voor mensen betekent. ,,Vaak worden mensen daardoor echt geraakt; je ziet tranen en soms vertellen ze achteraf dat ze op dat moment een stap in het geloof hebben gezet. De groep wordt vanaf dat moment ook vaak meer een eenheid.''
Met steun van het bisdom hebben Smith en Opstal een Katholiek Alphacentrum opgezet. In een brochure, De Alpha-cursus in een rooms-katholieke setting, bespreken ze met veel geduld allerlei denkbare rooms-katholieke bezwaren tegen de protestantse cursus. Bijvoorbeeld: is de cursus niet te subjectief, emotioneel, charismatisch? Nou, dat valt best mee. De paus spreekt zelf van ,,het geheim van de liefde van God, die (de mens) roept tot een persoonlijke omgang met zichzelf in Christus''. Zelf vond Smith de boekjes van Nicky Gumbel aanvankelijk nogal simplistisch. Maar de Alphacursus is ook geen complete dogmatiek. Het is een korte eerste kennismaking met het christelijk geloof. Het blijft hopelijk niet bij die tien avonden. Daarna kan elke kerk of gemeente de cursisten in haar eigen accenten inwijden.
Zo hebben Smith en Opstal een korte vervolgcursus ontworpen, Van Alpha naar Omega, die dieper ingaat op de eucharistie en de andere sacramenten, liturgie, de kerk, Maria en de heiligen. Want dat komt bij Nicky Gumbel allemaal bekaaid af. Hij kent maar twee sacramenten (communie en doopsel) en die worden niet echt gevierd; ze zijn vooral de bekende 'streep onder het Woord'.
In Nederland werken ongeveer twintig r.-k. parochies met de Alphacursus. Pastoors die vooral een sociaal evangelie aanhangen, voelen er niet voor. De term 'evangelisatie' ligt soms al moeilijk. Maar, zegt Smith, noem het 'parochievernieuwing' of 'opbouw van de geloofsgemeenschap', dat klinkt al heel anders. In het Britse r.-k. opinieblad The Tablet vroeg iemand: Waarom hebben wij zo'n cursus eigenlijk niet bedacht? Er zijn volgens Smith wel initiatieven geweest, maar hij zegt - glimlachend - dat het in dit geval een oefening in nederigheid kan zijn om een andere bron te gebruiken. En bovendien: ,,Alpha is internationaal een fenomeen. Er rust duidelijk zegen op. Het kon wel eens zijn dat je jezelf buiten die zegen plaatst, wanneer je de cursus voor jezelf niet goed genoeg vindt.''
Smith en Opstal vertellen dat ze op allerlei manieren cursisten werven: via persoonlijke contacten, het aanschrijven van 'papieren' kerkleden, advertenties in de plaatselijke pers, foldertjes bij de Chinees of bij de tandarts en affiches voor het raam. En tot slot zegt Smith: ,,Heel belangrijk is ook het gebed. Hoe vaak hebben we al niet gehad, dat we een maand van tevoren nog maar een, twee aanmeldingen hadden, en wanneer we er ook voor gingen bidden, ging het pas binnenstromen.'' (14 november 2001) Bovenstaand artikel is niet vrijelijk over te nemen voor publicatie elders. |